Zeeuwse mosselen




In Belgie worden de Zeeuwse mosselen steeds enorm geapprecieerd en wacht men elk jaar ongeduldig de komst van het nieuwe mosselseizoen af.

De Zeeuwse mosselen worden op de bodem van de zee geteeld (dit in tegenstelling tot Frankrijk, waar men aan hangcultuur doet en de mosselen op houten palen kweekt). Vervolgens worden de mosselen in de Oosterschelde uitgezet, waar ze op gewicht komen en waar de zuiverheid van het water het mosselvlees ten goede komt. De mosselen voeden zich met plankton, dat ze eerst filteren. De kwaliteit van de mosselen kan men niet afmeten aan de grootte van de schelp, maar aan het percentuele vleesgehalte. Gewoonlijk wacht men tot het gemiddelde rond de 25% schommelt, alvorens de mosselen te commercialiseren. De kleur van het mosselvlees varieert van helder beige tot oranje.

Vroeger raadde men steeds aan om enkel mosselen te eten in de maanden die beginnen met een 'R' (dus niet in mei, juni, juli en augustus). Deze periode stemt overeen met het voortplantingsseizoen van deze weekdieren, maar ook en vooral met de zomer en dus de warme maanden. Een eeuw geleden bestonden er immers geen koelinstallaties of ijskasten en het transport van de mosselen in slechte, te warme condities zorgde vaak voor bedorven mosselen, ongeschikt voor consumptie. Mosselen moeten immers fris bewaard worden om te overleven.