Oester weetjes

Er zijn 2 soorten oesters in Europa, de platte oester en de creuse. De platte oester wordt ook wel Zeeuwse platte en de creuse ook wel bolle of wilde oester genoemd.

Er bestaan twee methodes om oesters te classificeren naar grootte. Voor de creuse loopt dit op –van klein naar groot- van 5 tot en met 0. De groottes 5 tot en met 3 genieten de voorkeur om rauw te consumeren. 2,1 en 0 worden vanwege de grootte vaak gebruikt om mee te koken.

De platte oester wordt geclassificeerd met nullen. Hoe meer nullen, des te groter. Ben je in Frankrijk dan moet je echter even opletten, want daar tellen ze bij de platte oesters net andersom: dus hoe meer nullen, des te kleiner.

Zeeuwse platte ooo

De oorspronkelijke Zeeuwse oester wordt ook wel Zeeuwse platte, le Platte, Belon, flat oyster of native oyster genoemd. Deze oester heeft een ronde gladde schelp, waarvan de maten in nullen wordt aangegeven (1/0, 2/0, 3/0, 4/0, 5/0). De Zeeuwse oesters zijn een schaars goed, omdat ze door de snelgroeiende Zeeuwse creuse worden verdreven en omdat ze zich moeilijker voortplanten. Na vijf of zes jaar is de oester pas rijp voor consumptie. Door de schaarste komen de platte oesters steeds vaker uit Ierland, Groot-Brittannië en Denemarken. Ze zijn verkrijgbaar van september tot juni. Bij de Zeeuwse platte proef je een zeer verfijnde smaak die intens heftig is, maar oh zo delicaat.

Zeeuwse Creuse

De eerste creuse, ook wel bolle, holle, wilde, Japanse of Portugese oester, voelt zich zeer goed thuis in de Nederlandse wateren. Dankzij de veel kortere voortplantingscyclus (2 tot 3 jaar) kan deze oester in grote hoeveelheden gekweekt worden. De schelp heeft een diepe kom en een grillig gevormde buitenkant. De maten worden aangeduid met Romeinse cijfers: I, II,III. Smaakkenmerken: een zilte metaalachtige, licht romig. Rini vindt dat van september tot juni de Zeeuwse creuse het lekkerst zijn.


Normandische Creuse

De Franse creuse komen in Frankrijk veelvuldig voor. De creuse kan vernoemd zijn naar de streek van herkomst, de naam van de oesterkweker, of de manier van kweken. Enkele namen zijn : Perle Blanche, Spéciale, Fines de Claires, Spéciale de Claire, Pousse en Claire, Fines Vert , Gillardeau en Bouziges . De regio's waar deze oesters worden gekweekt zijn: Normandië, Noord Bretagne, de Kaap van Bretagne, Zuid Bretagne, Vendee, Marennes D'Oléron, Archaccon en de Middellandse zee. Er worden tussen drie en vier miljard creuses en circa 20 miljoen platte oesters gekweekt. Ongeveer 40 tot 50% van al deze oesters worden verkocht tijdens de laatste twee weken van december. De Franse creuse wordt ook door Rini's team gekraakt, onze oesters komen uit Normandië, de baai van Quiberon en de Marennes d' Oléron.

Gillardeau oester

De wereldberoemde Gillardeau oester komt uit het water tussen het eiland Ile 'd Oléron en de kust van la Rochelle. Deze oester is zo bekend omdat in 1898 Henri Gillardeau al begon met het bouwen van het merk Gillardeau. De familie Gillardeau heeft dankzij een goed marketingbeleid een wereldmerk neergezet. De Gillardeau oester behoort tot het geslacht 'Crasstrea Gigas'. Deze oester is een 'Special de Claires' en daarmee kwalitatief gezien nog beter dan de bekende 'Fine de Claires'. De oesters danken hun hoge kwaliteit aan het koude water van Utah Beach in Normandië dat rijk is aan plankton. Als de oesters groot genoeg bevonden worden gaan ze op reis naar oesterbedden van de Marennes d'Oléron. Daar krijgt deze oester een nog verfijndere smaak. De Gillardeau creuse staat aan de top van de oesterranglijst. De smaak van deze stevige hooghartige oester is, vet en vol met een zachte, zoete nasmaak.